20 december 2017

Eenzaamheid onder Turkse Amsterdammers

Uit onderzoek van de GGD blijkt dat een op de acht Amsterdammers zich in meer or mindere mate eenzaam voelt. Een kwart van die mensen blijkt een Turkse achtergrond te hebben.

Tijdens de vijfde themabijeenkomst Aanpak Eenzaamheid in Pakhuis de Zwijger gingen onderzoekers, mensen uit de praktijk en het publiek in gesprek over deze Turkse eenzaamheid. Hoe ontstaat eenzaamheid onder deze inwoners en wat kan er gedaan worden om het te verminderen?

Twee onderzoekers legden de basis van de Turkse eenzaamheid uit. Fatima El Fakiri, senior researcher bij GGD Amsterdam, vertelde over de Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2016. Uit cijfers daarvan blijkt dat Turkse Amsterdammers van alle niet-westerse migranten het hoogst scoren wat betreft eenzaamheid.

Uit een kwalitatief onderzoek kwamen de volgende factoren naar boven die eenzaamheid zouden kunnen veroorzaken onder::

  • Discrepantie tussen verwachtingen van relaties en de ervaren realiteit van deze relaties
  • Karakteristieken van het sociale netwerk
  • Taalbarrière en laaggeletterdheid, met name onder de eerste generatie migranten
  • Financiële zorgen
  • Discriminatie en uitsluiting
  • Gezondheid
  • Heimwee naar het land van herkomst, dan wel naar het land van je familie
  • Cultural loneliness

We horen nergens thuis

De betekenis van Cultural Loneliness werd door een van de respondenten, een Turks-Nederlandse vrouw, schrijnend weergegeven: ‘Hier in de ogen van de Nederlanders zijn we buitenlanders, maar wanneer we in ons eigen land zijn, zijn we Europeanen. We worden aan beide kanten buitengesloten en dit maakt ons wel verdrietig. Het is niet fijn, want we zijn natuurlijk ook Turken. We zijn Turkse migranten. ... we horen nergens thuis.’

Vervolgens sprak Tineke Fokkema, verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Erasmus Universiteit, over onderzoek naar Turkse eenzaamheid waarbij gerichter is gekeken naar ouderen. Waar bij de cijfers van de GGD alle Turkse mensen vanaf 19 jaar zijn meegenomen, daar richtte NIDI zich specifiek op eerste generatie Turkse (en Marokkaanse) migranten in Nederland. De gehanteerde schaal om eenzaamheid te meten – De Jong-Gierveldschaal– is geanalyseerd voor de mate van culturele neutraliteit. Kan het als westerse meetschaal eenzaamheid meten onder niet-westerse migranten? De analyse van Fokkema en haar collega’s bevestigt de betrouwbaarheid van de schaal. Het toont dat de eenzaamheid niet  te  verklaren  valt  door  een  cultuurspecifieke inhoud van het begrip eenzaamheid (zie ook: https://goo.gl/xWrgyS).

  • Verder is er gekeken naar de rol die verbondenheid speelt bij eenzaamheid: de mate van verbondenheid met de Nederlandse samenleving, je eigen etnische groep en het land van herkomst..  

 

Gemarginaliseerde oudere migranten blijken het sterkst eenzaam, gevolgd door zij die geassimileerd en gesegregeerd  zijn, terwijl de geïntegreerde oudere migranten het minst eenzaam zijn. Het onderzoek toont aan dat enkel verbondenheid met de eigen etnische groep (segregatie) of enkel met de Nederlandse samenleving (assimilatie) beschermt tegen eenzaamheid. Integratie, en daarmee verbondenheid met beide, blijkt geen vereiste.

Onderliggende oorzaak

Tineke Fokkema concludeerde dat met de resultaten uit het onderzoek een deel van de hogere scores onder Turkse ouderen verklaard kan worden, maar dat er een gat overblijft waar nog geen onderliggende oorzaak voor is gevonden. Aan de hand van verschillende vragen uit de zaal moest, ook tot spijt van de onderzoekers, geconcludeerd worden dat de datasets die momenteel beschikbaar zijn voor onderzoek naar dit thema, veel factoren buiten beschouwing laten. Zoals bijvoorbeeld migratiestromen binnen Turkije zelf (van platteland naar de stad) of de verscheidenheid in Turkse identiteiten.

Praktijk

Na de presentaties over de onderzoeken werd de overgang naar de praktijk gemaakt. Moderator Natasja van den Berg sprak met drie personen die veel te maken hebben met Turkse ouderen om te zien hoe de resultaten van de onderzoeken aansluiten bij hun ervaringen.

Salih Türker is projectleider van de Turkse Ouderenraad in Amsterdam en merkt in de praktijk dat de investering in sociale contacten onder Turkse ouderen laag is. Dit kan een hechte identificatie met Nederland in de weg staan en daarin verschillen mensen van deze generatie van die van jongere generaties. Salih probeert ouderen te helpen met een doel in het leven. ‘Ik ben geen hulpverlener, ik ben een hoopverlener.’

Yüksel Cevik is relatie- en gezinstherapeut voor met name cliënten van Turkse afkomst. Hij vertelde dat eenzaamheid iets is dat opbouwt en met de jaren erger wordt. Daarnaast stelt hij vast dat eerste generatie Turkse migranten altijd voor hun ouders in het thuisland hebben gezorgd door bijvoorbeeld regelmatig geld op te sturen. Hij denkt dat daardoor de verwachting is ontstaan dat hun eigen kinderen op eenzelfde manier voor ze gaan zorgen, maar tweede en derde generatie Turken richten hun leven anders in. Uit de zaal kwam instemming als het gaat over scheve verwachtingen.

Ali Akyüz is arts bij huisartsenpraktijk Admiralengracht en merkt weinig van eenzaamheid onder zijn patiënten. Maar, zei hij, dat is niet omdat het er niet is. Volgens hem praten ouderen er niet over door schaamte. Bovendien denken ze dat hun kinderen dat wel gaan oplossen voor ze. Tijdens zijn studie deed Ali onderzoek naar psychische klachten bij Turkse mensen en ook daar bleken ze hoog te scoren. Volgens hem komt het mede omdat Turken pessimistisch van aard zijn. Zijn uitlatingen leverden een licht rumoer op in de zaal. Een deel lachte omdat ze het herkennen, maar er waren ook mensen die het er niet mee eens zijn. Een van de vrouwelijke aanwezigen bestempelde het als ‘onzin’.

Kansen voor de stad:

  • Vul niet voor anderen in, maar ga in gesprek
  • Spreek verwachtingen uit, zodat deze niet tussen jou en de ander in komen te staan
  • Bereid je voor op de derde levensfase, zodat je eenzaamheid en uitsluiting kan voorkomen
  • Maak hulpverlening weer menselijker en laagdrempelig
  • Zoek met elkaar naar een doel in het leven, zeker op latere leeftijd
  • Doe uitvoeriger onderzoek, waarbij ruimte is voor de complexiteit van factoren die een rol zouden kunnen spelen

Vragen/opmerkingen uit de zaal:

  • Zijn de cijfers van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor  representatief door het lage aantal respondenten?
  • Waarom wordt bij onderzoeken rondom Turkse eenzaamheid niet gekeken naar zaken als digitalisering en de veranderende werking van zaken in het dagelijks leven, zoals het feit dat je voor veel overheidszaken moet inloggen met je Digid?
  • Moeten we niet eens tot actie overgaan?
  • Zijn er cijfers over eenzaamheid onder Turkse mensen in Turkije? Of onder Turkse migranten in andere NoordEuropese landen zoals Duitsland?
  • Moet er niet ook gekeken worden naar karaktereigenschappen, zoals ‘openheid’ en ‘vriendelijkheid’ bij respondenten?

Delen


Gerelateerde artikelen: